Oogheelkunde en kinderen
Onze kinderen zijn onze toekomst en het dierbaarste wat we bezitten. Voor hen doen we alles en hebben we soms slapeloze nachten. Opdat ze gezond zouden opgroeien verwaarlozen we soms onze eigen gezondheid. Maar soms gebeurt het dat door onwetendheid onze kinderen geconfronteerd worden met gezondheidsproblemen die op latere leeftijd moeilijk te behandelen zijn. Voor een oogonderzoek bestaat er geen minimum leeftijd. Elk kind dat oogklachten heeft, kan onafgezien van zijn leeftijd, onderzocht worden. Wanneer het kind het onderzoek moeilijk laat uitvoeren, worden verdovende of kalmerende medicijnen gebruikt en wanneer men daarmee geen voldoende resultaten bereikt, wordt het onderzoek onder algemene verdoving uitgevoerd. Ook wanneer kinderen helemaal geen klachten hebben, is het raadzaam hen vóór de leeftijd van 3-4 jaar ten minste één keer een oogonderzoek te laten ondergaan.
Ouders, opgelet!
Het eerste onderzoek tussen 0-3 maanden is heel belangrijk. Het diagnosticeren van aandoeningen zoals staar, oogdruk en retinopathie bij vroeggeborenen kan een onomkeerbaar gezichtsverlies verhinderen. Staar of problemen met het oognetvlies kunnen binnen een periode van 2 à 3 maanden blijvend gezichtsverlies en als gevolg hiervan levenslang niet meer te genezen oogtrillingen (nystagmus) veroorzaken.
Tijdens onderzoeken op de leeftijd van 3-6 maanden kan een verstopping van de traanwegen gemakkelijker vastgesteld worden. In diezelfde leeftijdsperiode kunnen ook staar, oogdruk en infecties gediagnosticeerd worden. Thuis kunt u door één van de oogjes van uw kindje af te dekken zelf het gezichtsvermogen van uw kindje testen en kijken of er iets niet normaal is.
Een oogonderzoek tijdens de periode van 6 maanden tot 1 jaar is vooral van belang voor het vaststellen en de behandeling van scheelzien (strabismus). Wanneer de deviatie na 6 maanden aanhoudt moet deze absoluut behandeld worden. In diezelfde leeftijdsperiode kan het voorkomen dat er een pseudo-strabismus optreedt wanneer de neusrug niet voldoende ontwikkeld is. Deze aandoening, waarbij het scheelzien vooral opvalt bij het zijwaarts kijken, zal verbeteren na een verhoging van de huid van de neusrug. Naast het pseudo-scheelzien kan er ook sprake zijn van echt scheelzien. Daarom is het nodig dat een ervaren kinderoogarts de ogen van het kind beoordeelt. 1 jaar is de beste leeftijd voor een onderzoek voor brekingsafwijkingen. Vanaf deze leeftijd kunnen een lui oog dat ontstaat door brekingsafwijkingen met zekerheid vastgesteld worden en volledig beholpen worden. Indien bij verstopte traanwegen antibioticadruppels en massage niet helpen, wordt bij voorkeur vanaf de leeftijd van 1 jaar een sondage verricht.
Oogziektes die bij kinderen voorkomen
- Brekingsafwijkingen (myopie, hypermetropie, astigmatisme)
- Glaucoom bij kinderen (oogdruk)
- Ooglidaandoeningen bij kinderen
- Tranende ogen bij kinderen
- Schilfers & roodheid van de ogen
- Prematuren retinopathie bij vroeggeborenen (ROP)
- Nystagmus
- Hoornvliesaandoeningen